Doorgaan naar inhoud

Welke natuurlijke bestrijdingsmiddelen kan een biologische wijnmakerij gebruiken?

Wijnstokken houden van droogte en hitte. Vocht en regen in het voorjaar veroorzaken schimmels zoals meeldauw of valse meeldauw en andere ziekten die de wijnstok aantasten. Traditionele druivensoorten zoals Pinot Noir en Chardonnay zijn behoorlijk vatbaar voor schimmels. Er zijn schimmelresistente druivenrassen, maar die zijn niet erg beroemd.

In de biologische wijnbouw is er een verbod op chemisch-synthetische gewasbeschermingsmiddelen (insecticiden, fungiciden, herbiciden). Dit betekent dat residuen van bestrijdingsmiddelen veel minder vaak worden aangetroffen in biologische wijnen en in veel lagere doses.

Waar mogelijk zal een druiventeler kiezen voor robuustere rassen die zelf resistent zijn tegen schimmels, zoals Reberger, Regent of Johanniter. Grote wijnhuizen houden echter vast aan hun bekende druivensoorten.

Pas in laatste instantie zal een biologische wijnmaker zijn toevlucht nemen tot gewasbescherming. Wanneer een biologische wijngaard last heeft van schimmel, zijn de volgende stoffen toegestaan - in België -:

- Bordeaux pap (koper) voor maximaal 6 kg/ha/jaar, niet preventief. Koper wordt niet verwaarloosd en vormt een zeker risico voor het bodemleven. De biologische sector zoekt daarom naarstig naar alternatieven hiervoor. (Koper is ook toegestaan in de conventionele wijnbouw.)

- Een druiventeler kan met mate zwavel gebruiken omdat er in bio strengere limieten zijn aan de hoeveelheid sulfiet in het eindproduct (de wijn) dan in conventionele. Zwavel dat tijdens de teelt wordt gebruikt, kan een hoeveelheid sulfiet in het eindproduct veroorzaken.

Wanneer een biologische wijnmakerij worstelt met insecten, kan hij gebruik maken van:

- spinosad, het product van een verteringsproces van bodembacteriën dat giftig is voor insecten.

- feromonen, geuren die schadelijke insecten letterlijk in de val lokken. Deze stoffen worden niet op de wijnstokken gespoten, maar alleen in vallen gebruikt.

- pyrethrines, een extract van chrysanten

- micro-organismen (geen GGO's) <

De biologische wijnboer zet ook natuurlijke vijanden in om vogelschade te voorkomen, namelijk roofvogels met hoge nestkasten.

NB Afhankelijk van land tot land kunnen extra middelen worden toegestaan voor biologische druiventeelt. In België is de lijst zeer beperkt. In Frankrijk zijn iets meer middelen mogelijk, bijvoorbeeld plantaardige oliën. Overigens mag de biologische teler alleen een werkzame stof gebruiken als dat ook is toegestaan voor gangbare boeren. Alles wat de biologische boer mag gebruiken, kan de gangbare boer ook gebruiken.

Om schimmels tegen te gaan die gebruikt worden de meest voorkomende gewas te gaan chemische gewasbescherming ter bestrijding van ziektes, insecten en onkruid.

Ook wordt er veel geëxperimenteerd met genetisch gemodificeerde druivenrassen: in Chili werden de genen van een schimmel geïntroduceerd om grijsrot en meeldauw te bestrijden. Italiaanse en Koreaanse wetenschappers experimenteren met de CRISP/CA-techniek om Chardonnay-druiven schimmelwerend te maken. Vooralsnog zijn deze druivenrassen nog niet toegestaan en dus niet gecommercialiseerd.

Chemische bestrijdingsmiddelen hebben ook een nadelig effect op het milieu: ze komen in de bodem en het grondwater terecht en verstoren het ecosysteem. Bovendien veroorzaken ze een grote uitgave voor de zuivering van drinkwater.

GGO-technieken worden al gebruikt om wijn te maken, niet (zoals wel eens wordt beweerd) voor de gistculturen maar voor de enzymen. Enzymen zijn eiwitten die chemische processen beïnvloeden. Enzymen geproduceerd door GGO's kunnen daarom worden gebruikt om de wijn te klaren.